Site Overlay

about the work

Mijn werk ontstaat vanuit observaties in de marge van het alledaagse. Wat me in die terloopse zône hevig interesseert is wat socioloog Georg Simmel in 1903 al ‘objectieve cultuur’ noemde, die gekenmerkt wordt door een ‘veelheid van dingen naast elkaar’ en ‘snelheid van dingen na elkaar’. Het ene product, type of model wakkert het ontstaan van het andere aan. Onze ervaring van tijd wordt bepaald door een aaneenschakeling en blinde wisseling in hoog tempo van goederen en objecten, die elkaar onderling volledig onverschillig laten.

Daarmee begon volgens Simmel ook de veruiterlijking (esthetisering) van het dagelijks leven: we hebben Schaufenster-Qualität nodig om de werkelijke (ruil)waarde van iets te verhullen. Die Schaufenster-Qualität is voor mij het tragische sausje, dat herinnert aan tijdelijkheid en het gegeven dat elke glans uiteindelijk – volgens de natuurwet van de entropie, die voorschrijft dat orde onvermijdelijk in chaos verandert – verbleekt, kracht verliest, uitdooft, verstoft, uit elkaar valt, oplost en verdwijnt.

Ik werk associatief vanuit gevonden materialen, beelden, vormen en kleuren. Ik val voor loze voorwerpen en afgedankte objecten, dingen die doen denken aan dingen, toevallige sculpturen van afval langs de straat, voor krasvrij kunststof, glad gespoten reclamepanelen, transparante beschermlagen over RAL-kleuren, lege winkelinrichting, de lay-out van een postordercatalogus uit 1982, productbeschrijvingen uit Chinese e-commerce, en alles wat voor mij een relatie heeft met de manier waarop we als onthechte hedendaagse hyperconsumenten gewend zijn ons te verhouden tot de wereld om ons heen. 

‘The world of over-modernity does not exactly match the one in which we believe we live, for we live in a world that we have not yet learned to look at.’  (Marc Augé, Non-places: introduction to an Anthropology of Supermodernity)

Stephanie Jansen

 

Scroll Up